| Ik
hoopte een bekende te ontmoeten, hoewel ik me niet kon voorstellen
dat iemand die mij kende me hier zou willen spreken. Er was geen plek
om te zitten. Ik kocht twee biertjes en ging op weg naar een denkbeeldige
bekende, even verderop. Onderweg zou ik toevallige gesprekken aanknopen
met mensen die in de weg stonden. Voor de gelegenheid had ik een vuurtje
bij me, want je weet maar nooit. Terwijl ik door de menigte liep, merkte
ik dat iedereen netjes een stapje opzij deed. Dit was niet de vriendelijkheid
waar ik op uit was. Zonder
enige moeite bereikte ik de andere kant van het café.
|