|
Ik lig weer open. Ik lig constant open, in een eindeloze analyse van mezelf. Iedere handeling moet worden verantwoord voordat die mag worden uitgevoerd. Iedere gedachte moet passen in het geheel of worden gemarkeerd als onlogisch en geplaatst op de wankele stapel van nog te interpreteren gedachten. Ik ben moe maar probeer wakker te blijven. Achter mijn zware oogleden verschijnt het beeld van een rat: een laboratoriumrat die zo is gemanipuleerd dat hij op het geven van een signaal onmiddellijk op zijn rug draait en spontaan ontleedt. Ik zie hoe de huid op de buik in de lengte openbarst en de genummerde organen onthult. Helder en overzichtelijk. Deze in het wild ondenkbare soort zou voor onderzoekers waarschijnlijk goed van pas komen. Maar wat als deze eigenschap te ver werd ontwikkeld? Het zou onhandig worden wanneer een rat van deze soort zichzelf bij iedere impuls opoffert voor de wetenschap. Bijvoorbeeld als een onderzoeker alleen wil weten of het diertje misschien honger heeft.
|
| |