Haar tanden zijn voorlopig nog een raadsel voor me. Af en toe zie haar nog. Maandag liep ze mijn coupé binnen. Ik zette mijn tas voor haar opzij, maar ze ging verderop zitten. Ik hoopte dat daar een bekende van haar zat, zodat ik haar tanden kon zien als ze praatte. Maar het was geen bekende.

Als ik haar ooit weer in de trein zie, zal ik proberen tegenover haar te zitten. De laatste paar dagen werk ik al aan mijn geeuw. Het is al een stuk overtuigender geworden, al zeg ik het zelf. Nu maak ik wat minder geluid en geeuw ik wat langzamer en subtieler. Eigenlijk zou ik eens moeten opletten hoe mensen echt geeuwen.