Laat voorop stellen dat ik het niet eens ben met de gedachten die ik hier zal schrijven. Toch schrijf ik ze op, omdat ik er niets over te zeggen heb. Gedachten overkomen me, zoals alles me overkomt.

Sinds enige dagen heb ik heimwee naar vroeger. Niet omdat het toen beter was. Ik weet maar al te goed dat er nooit een periode is geweest waarin ik niet verlangde naar iets anders. Dus ook geen periode die op zichzelf de moeite waard is om naar terug te keren, al zou dat kunnen. Toch voel ik heimwee, omdat ik vroeger mijn kansen nog niet had verspeeld. Of beter gezegd: toen ik er nog geen gewoonte van had gemaakt mijn kansen te verspelen. Ik zou een genie worden. Een groot wetenschapper, schrijver, of filosoof. Ik had alles in me om een genie te worden. Alles behalve een ruggegraat.

Ik voel me als een verbitterde oude man die terugblikt op zijn volledig mislukte leven, dat is samen te vatten als een gemiste kans.