Natuurlijk weet maar al te goed dat ik nog genoeg kansen krijg om iets te bereiken, maar dat is totaal geen troost. Het maakt het juist des te pijnlijker. Ik weet dat alles wat ik zal doen om mezelf te ontwikkelen niet meer zal worden dan een halfhartige poging. Ik zal mislukken op ieder vlak, omdat het niet in mijn aard ligt iets te bereiken. En weten dat je zal mislukken is veel pijnlijker dan weten dat je bent mislukt, omdat het nog moet plaatsvinden. Intussen heb ik het recht niet om te klagen en lachen de kansen die aan me voorbij gaan me in mijn gezicht uit.

Ooit zal ik zeggen: "Ik zei toch dat het niets zou worden?" Die uitspraak wordt de kroon op mijn werk.