vroeg me af naar wie ik hem wilde gooien. Er kwam een omroeper voorbij. Een publiek. Een deskundige. Huisvrouwen met vuile vaat. Absorberende kernen. Een glimmende auto. En uiteindelijk de vlakjes en lijntjes van het testbeeld. Dit was de meest zinvolle uitzending, omdat het over niets anders ging dan de beeldbuis zelf: de kleuren, het contrast, het kader. De televisie werd weer teruggebracht tot een apparaat, dat gewoon uit moest omdat we hem 's nachts niet nodig hadden. Een flits en het was gedaan.