|
Intussen
stel
me voor hoe het is om met haar in gesprek te raken. Eerst over het weer
en al snel over de dingen die ons echt boeien. We
blijken veel gemeen te hebben. Heel veel. Het voelt zo vertrouwd.
Alsof we elkaar al jaren kennen. In de beperkte ruimte van de lift en
de korte tijd die nodig is om naar de twaalfde te komen, beleven we
jaren van onuitgesproken geluk.
De tiende verdieping. Met haar natte jas botst
ze tegen mijn schouder en ze stapt de lift uit. "Sorry." Ze lacht wat
ongemakkelijk. "Geeft niet. Het is beter
zo," denk ik. Als de liftdeuren tussen ons dicht schuiven, ben ik niet
treurig. We blijven altijd goede vrienden.
|