|
"Dag dokter." - "Meneer Niemandsverdriet. Wat kan ik voor u doen?" " - "U bent bang voor homo's?" "Misschien wel ja." - "U weet het niet zeker?" "Ik ken helemaal geen homo's. En dat lijkt me juist verdacht, want een op de tien mensen is toch homosexueel. Waarom vermijd ik ze? Het kan een onbewuste fobie zijn. In heel mijn jeugd heb ik..." - "Is dit echt een probleem?" "Natuurlijk! In deze tijd zou het sociaal onacceptabel zijn!" - "Juist ja. Meneer Niemandsverdriet, eerder vertelde u over uw uitzonderlijk kleine kennissenkring, zonder echt intieme banden. Sommige van uw kennissen zouden best eens homosexueel kunnen zijn, zonder dat ooit ter sprake te brengen." "Dat zou kunnen ja." - "Het is ook een vrij intiem onderwerp." "Inderdaad." - "Dus u hoeft zich geen verwijten te maken. U bent politiek correct. Een gemiddelde Nederlander, met toevallig wat minder hechte vertrouwensbanden." En zo ging ik met een gerust hart terug naar huis. Ook in mijn geval kloppen de statistieken. Maar wie zijn toch de onbekende homosexuelen in mijn omgeving? Tijd voor een inventarisatie: |
|
|
|
Zo te zien moet ik nog een afspraak met de dokter maken. Of twee. Net
zolang tot ik me bij hem op mijn gemak voel. |