geil1 (het ~) [inf.] 1 sperma 2 vrouwelijk afscheidingsvocht geil2 (bn.) 1 [inf.] een zeer sterke geslachtsdrift voelend of opwekkend => heet, wellustig, wulps 2 (van grond) zeer of overmatig vet 3 (van gewassen) zeer of overmatig welig ´geil·aard (de ~ (m.)) [inf.] 1 wellustig, hitsig persoon ´geil·bek·ken (onov.ww.) [inf.] 1 obscene taal uitslaan => vuilbekken ´gei·len (onov.ww.) [vulg.] 1 een hevige prikkel tot paring hebben
|
|