|
was een monument voor zichzelf, zoals ze daar lag in haar verschrompelde lijkje en onschuldig meisjesnachthemd met frutsels. nu al een mummie. lief en vredig. maar zo was ze niet gestorven; verkrampt naar haar buik grijpend met opengesperde mond; bescheiden schreeuw: ''zo lang, zo'n pijn...'' wat zal ze blij geweest zijn dat haar Heer haar eindelijk tot zich heeft genomen. nu zal ze de waarheid weten of niks meer (maar/en dat is dan de waarheid). bij het condoleren kwam een stokoude man voorbij gerollatord; snot uit de neus, tranen biggelend over perkamenten wangen, zich zo lang mogelijk vastgrijpend aan handenschudden: ''jullie hadden een lieve opoe, een lieve opoe, een heel lieve...'' dement van verliefdheid; love at last sight. zucht. --- meer dan een eeuw geloof, hoop en liefde.
alleen maar geven...
|
|