| ge·zin (het ~, ~nen)
1 huishouden bestaande uit man vrouw en kinderen /
huis·ge·zin (het ~)
1 de gezamenlijke leden van een gezin, familie=> familie, huis en haard, huisgezin, huishouding
voor mij is het meer de omschrijving van het huisgezin, ook al heb ik al heel lang gewoon een standaardgezin, er zijn altijd uitzonderingen, dus ik ben het wel met je eens hoor Marlies
|
|