| Lezing uit het heilig evangelie van St. Medardus, patroonheilige van de waanzinnigen: ''Op een frisbesneeuwde voorjaarsdag kwam de here met zijn apostelen voorbij een herberg. Kom, mijn broeders, zo sprak de here, laat ons hier even relaxeren op het terras. En de timmermanszoon en zijn gevolg gingen zitten. Als een donderslag bij heldere hemel kwam uit de herberg een oogstrelendgedecolleteerde dienster hun bestelling opnemen. En de here bestelde 13 Westmalle-trappistbieren. Maar de apostel Judas pruttelde tegen. Mijn heer, zo zei Judas, ik houd meer van een fris Heineken. En toen ontstak de here in een godsvlammende koleire. Judas, gij achterbaks paljas, weet gij dan niet dat den trappist het enige bier is waar onze heilige moeder de kerk een serieus procentje op verdient, zo bulderde de heer. En Judas boog nederig het hoofd en prevelde: Vergeef mij heer, ik weet niet wat mij bezielde. En de here gaf Judas een kusje en het werd weer peis en vree onder de apostelen.''
|
|