| Lezing uit ''Het huwelijk van hemel en hel'' van William Blake: De Oude Dichters verlevendigden alle waarneembare voorwerpen met Goden
of Genieën, door hen bij de namen te noemen en hen te sieren met de
eigenschappen van bossen, rivieren, bergen, meren, steden, naties, en
al wat hun vergrootte & talrijke zintuigen ook maar konden waarnemen.
En bovenal bestudeerden zij de aard van elke stad & land, door het te
plaatsen onder hun geestelijke godheid. Tot een systeem werd gevormd,
dat door sommigen in hun voordeel werd gebruikt & het gemeen knevelde
door te proberen de geestelijke godheden te realiseren of abstraheren
van hun voorwerpen: aldus begon het Priesterschap. Vormen van
aanbidding kiezen ze uit dichterlijke verhalen. En na lange tijd
verkondigden zij dat de Goden zulke dingen bevolen hadden.
Zo vergat men dat Alle godheden zetelen in de menselijke borst.
|
|