| Het Goevernement mag insgelijks,
voor ieder der jaren 1922 en 1923, de
provinciën machtigen om een maximum van 10 opcentiemen te heffen van de grondbelasting. Daar de gemeenten zoowel als de provinciën seffens naar den koek zullen grijpen welke de nieuwe wet hen aanbiedt, mogen wij ons dus, dees jaar, om te beginnen, verwachten aan eene verhooging van vijf tig ten honderd onzer belastingen !
|
|