Net als in die steeds terugkerende droom, kwam ze op me af rennen.
Maar dit keer was het echt!
Sorry, weet je misschien waar het politiebureau is?
Politiebureau? Geen flauw...
Ok. Dag!
Wacht! O het polú‘iebureau. Natuurlijk. Kom maar mee.
O gelukkig.
Dat is even verderop. Toevallig ga
ga net die kant op, naar de bakker.
Ik moet snel...
Momentje, even brood halen.
Maar kun je zeggen...
Heerlijk, die zonnepitten.
Ik hou van
volkoren
brood met
zoveel
mogelijk pitjes,
nootjes
en dingetjes. Soms zit er van dat poeder op. Vind ik ook lekker.
En jij? Ben je een bruin-brood-type of meer een wit-brood-type?
Ik moet aangifte doen van...
En
nog even wat groente voor vanavond. Het wordt weer tijd voor winterpeen.
Of zal ik knolletjes maken? Dat maakte m'n moeder altijd met een
lekker papje. Even wachten.
...van mijn portemonnee.
Zo. Allebei. En wat maisena, want zo heet dat papje. Kan ik altijd
nog kiezen. Kom, we kunnen ook door het park lopen. Ik hou zo
van al dat groen.
Maar is dat niet...
Vogeltjes
en zo. Ik hoorde dat hier zelfs vossen woonde. Het liefst woonde
ik op het platte land, maar ja. Je kunt niet alles hebben he.
Nee, de stad bevalt prima. Tuurlijk even wennen.
Je
voelt je niet altijd veilig met die
criminaliteit en zo, maar dat valt allemaal best mee. Kijk, eendjes!
Die zijn ook
zo gek op volkorenbrood. Hier.
Wil
je ook wat geven? Pas op voor die grote, want die pikt alles in.
Luister! Ik wil gewoon...
Naar
de ponnies he? Dat dacht ik al. Ik zag meteen dat je een paardeliefhebber
was. Echt grote paarden hebben ze hier natuurlijk niet. Van die
kleine Shetlanders. Maar wel lief. Die lusten wel een winterpeen.
Of eigenlijk had ik beter worteltjes kunnen nemen.
Nee!
Geen ponnies? Nou, eigenlijk heb ik ook een hekel aan die beesten,
sinds die ene keer dat...
Nee nee nee! Geen ponnies, geen eendjes, geen park. Luister,
ik wil gewoon naar het politiebureau om aangifte te doen van mijn
portemonnee.
Maar ik dacht...
Nee.
Dat jij en ik...
Nee.
O. Nou.
...
Voor het politiebureau moet je daar het park uit, de straat volgen
en dan is het aan je linkerhand.
Bedankt! Ja sorry hoor, je bedoelde het goed.
Geeft niet, ik snap het best hoor. Ga maar gauw.
O.k. bedankt!
Dag.